Ik krijg de laatste tijd vaak dezelfde vragen. Van journalisten, van mensen uit het bedrijfsleven, van jonge mensen die in de sport willen werken. Hoe kies je je spelers? Wie bepaalt eigenlijk de koers van een club? Hoe ga je om met kritiek van buitenaf? En waarom ga ik, na alles wat ik heb gedaan, opnieuw in de schoolbanken zitten?
Ik beantwoord ze meestal los van elkaar, aan een telefoon of tussen twee afspraken door. Deze keer schrijf ik ze een keer rustig op. Het is geen handboek en ik heb niet de waarheid in pacht. Het is hoe ik er nu naar kijk, na Ajax, Reading, Roeselare en vijf jaar bouwen aan Natio. Over een paar jaar kijk ik er misschien weer anders naar. Dat hoort bij het vak.
01Data eerst, maar nooit alleen
Ik ben opgegroeid in een voetbalwereld waarin scouting vooral gevoel was. Iemand zag een jongen spelen, vond hem goed, en daarmee was het verhaal vaak klaar. "Die voelt goed." "Die had een sterke middag." Soms klopte dat. Vaak ook niet. En als het misging, kon niemand precies uitleggen waarom.
Bij Natio zijn we daar bewust mee gestopt. We hebben een spelersdatabase opgezet, een scoutingteam gebouwd en een samenwerking gesloten met een databedrijf. Elke speler die we volgen, bekijken we eerst op cijfers. Cijfers zeggen lang niet alles, maar ze zijn wel eerlijk. Ze hebben geen voorkeur voor de zoon van een oud-international of voor de jongen met de bekendste zaakwaarnemer. Als iedereen naar dezelfde gegevens kijkt, is er een stuk minder ruimte voor vriendjespolitiek.
Toch weet ik ook wat er gebeurt als je alleen op data vaart. Je haalt een speler die op papier alles heeft, en in de eerste wedstrijd waarin het echt spant, is hij verdwenen. Cijfers vertellen je wat iemand kan. Ze vertellen je niet hoe iemand reageert als het hele stadion fluit, als hij drie weken op de bank zit of als het thuis even niet goed gaat.
Daarvoor moet je mensen leren kennen. Toen ik bij de jeugd van Ajax werkte, reed ik 's avonds regelmatig naar ouders toe. Aan de keukentafel zie je wie een jongen echt is, en wat hij meeneemt naar het veld. Dat doe ik nu nog steeds, alleen zit ik tegenwoordig tegenover spelers, zaakwaarnemers en families in Nederland die we proberen te overtuigen om voor Suriname te kiezen.
Data is het fundament. Maar het huis bouw je met karakter.
Wie maar één van de twee gebruikt, maakt fouten die te voorkomen waren. Dat geldt op het veld. En eerlijk gezegd net zo goed in een directiekamer waar iemand wordt aangenomen omdat zijn cv er zo mooi uitziet.
02Houd de regie in eigen hand
Een tweede onderwerp waar ik vaak over praat: wie heeft het eigenlijk voor het zeggen?
De invloed van mensen van buitenaf is de afgelopen jaren enorm gegroeid. In het voetbal zijn dat zaakwaarnemers en tussenpersonen. In het bedrijfsleven zijn het adviseurs, bureaus en partijen die "wel iets kunnen regelen". Ik heb niets tegen die mensen. Veel van hen doen goed werk en we hebben ze gewoon nodig. Maar hun belang is niet automatisch het belang van de club.
Iedereen die in dit vak werkt, kent het moment. Een deal is bijna rond en op het laatst komen er voorwaarden bij die weinig met voetbal te maken hebben. Op zo'n moment moet je nee durven zeggen, ook als je die speler graag had gehad. Buig je één keer, dan weet iedereen dat je te buigen bent. Dan kom je er nooit meer vanaf.
Wat helpt, is een structuur die je vooraf vastlegt. Wat voor spelers zoeken we? Wat past bij ons, ook financieel? Waar werken we niet aan mee? Als die lijnen helder zijn, hoef je niet bij elke deal opnieuw de discussie te voeren. Dan wijs je naar wat je samen hebt afgesproken.
Bij Natio hebben we bijvoorbeeld een simpele regel: elke afdeling heeft één stafmedewerker uit Nederland en één uit Suriname. Het lijkt een detail, maar het zegt iets over wie we willen zijn. Daar wijk je niet van af omdat iemand toevallig met een aantrekkelijk voorstel binnenloopt.
Kortetermijnsucces is verleidelijk. Een snelle deal, een mooie kop in de krant. Maar als je daarvoor je eigen afspraken opzij schuift, ben je de baas niet meer. Dan is iemand anders dat geworden, zonder dat het ooit zo is besproken.
03Ruzie via de media lost niets op
De discussie over de belasting van spelers komt elk seizoen terug. De kalender zit vol, clubs willen hun spelers fit houden, bonden willen hun beste mensen bij de interlands. Die belangen botsen. Dat snap ik heel goed.
Wat ik minder goed snap, is hoe vaak dat via de media wordt uitgevochten. Een trainer zegt na de wedstrijd iets voor de camera, een bond reageert, en voor je het weet staan twee partijen tegenover elkaar die eigenlijk precies hetzelfde willen: een gezonde speler.
Ook wij krijgen soms kritiek vanuit clubs. Mijn reactie is dan altijd dezelfde. Ik sta achter onze medische staf. Die mensen werken volgens vaste protocollen en nemen hun verantwoordelijkheid heel serieus. Heeft een club vragen, bel me. Dan leggen we uit wat we gedaan hebben en waarom. Via de krant los je zoiets niet op.
Het meeste gedoe ontstaat trouwens al aan de voorkant. Iemand voelt zich niet op de hoogte gehouden, niet gehoord of overvallen. Dat voorkom je door vroeg te communiceren, open te zijn over je planning en de ander serieus te nemen. Daar is niets soft aan. Zo hoort een professionele organisatie te werken.
In het bedrijfsleven gaat het niet anders. Afdelingen die over elkaar klagen in plaats van met elkaar praten, verliezen allebei. Wie de ander vooraf meeneemt, hoeft achteraf een stuk minder uit te leggen.
04Waarom ik terug de schoolbanken in ga
Dan de vraag die ik het vaakst krijg. Waarom begin ik aan het opleidingsprogramma voor technisch directeuren van de KNVB? Ik heb in de Championship gewerkt, ik ben General Manager van een land. Wat valt er dan nog te leren?
Heel veel, eerlijk gezegd.
De afgelopen vijf jaar hebben we bij de Surinaamse Voetbal Bond bijna alles vanaf nul opgebouwd. Toen ik begon, waren er niet eens genoeg goede trainingsballen. In maart stonden we in Monterrey in de play-off voor het WK. Daar ben ik trots op, en dat mag ook. Maar juist als het goed gaat, ligt het gevaar op de loer dat je gaat denken dat je het allemaal weet. Op dat moment sta je stil. En stilstaan betekent in deze wereld achteruitgaan.
Ik wil mijn manier van werken naast die van anderen leggen. Ik wil in Zeist discussiëren met collega's die heel andere keuzes maken dan ik. Ik wil horen waar ze het niet met me eens zijn, en waarom. Daar word ik beter van, en de mensen met wie ik werk ook.
Mijn moeder begon in Nederland als kamermeisje en werkte zich op tot manager. Ze is nooit gestopt met leren, ook niet toen het eigenlijk niet meer hoefde. Dat heb ik van haar meegekregen. Je blijft student van het spel, hoe lang je ook meeloopt.
05Tot slot
Als ik het in een paar zinnen moet samenvatten: kijk eerst naar de feiten, maar vergeet de mens erachter niet. Bepaal zelf je koers en houd je eraan, ook als het even pijn doet. Praat met elkaar voordat je over elkaar praat. En blijf leren.
Dat klinkt simpel. Dat is het niet. Maar het is wel waar ik elke dag mee bezig ben, op het veld en daarbuiten.
Heb je een vraag of een andere kijk op een van deze onderwerpen? Ik hoor het graag.
Brian

